Steven van Eijck stopt als Regeringsvertegenwoordiger Circulaire Economie: ‘textielsector behoorlijk gretig’
bezig met laden...
Na twee jaar dienst als Speciaal Regeringsvertegenwoordiger Circulaire Economie, laat Steven van Eijck zijn rol als stimulator van de circulaire economie binnen de Nederlandse politiek los. Per 1 juli legt hij de functie neer, om zich voor hetzelfde terrein in te zetten bij de Sociaal Economische Raad (SER) en als voorzitter van de Stichting Open.
In 2024 kreeg Van Eijck de opdracht nog onder kabinet Rutte IV aan de slag te gaan met het 'aanjagen' en 'versnellen' van de Circulaire Economie door verbindingen te leggen tussen overheden, bedrijfsleven en maatschappelijk middenveld. Daartoe voerde hij gesprekken met stakeholders uit sectoren die moeten verduurzamen, waaronder textiel.
Van Eijck zat acht 'textieltafels' voor tussen november 2025 en mei 2026. In gesprek met FashionUnited reflecteert hij op dat traject en de transitiebereidheid van mode en textiel.
Hoe kijk je terug op de textieltafels die je voorzat?
Ik heb de textielsector leren kennen als behoorlijk gretig. Professionals zitten boven op de transitie, zijn allemaal super enthousiast, en uit het goede hout gesneden. Ze zorgen ook voor commotie en weten de Tweede Kamerleden goed te vinden. Ik verwacht dat ze er wel achteraan blijven zitten.
Binnen de politiek is een 'tafel' een officieel overlegorgaan waarin de overheid, het bedrijfsleven en milieuorganisaties samenwerken aan een specifiek probleem. Zo werd in 2025 de 'Plastictafel' opgericht om afspraken te maken over de verduurzaming van de plasticsector. Dit draagt bij aan het doel van Nederland om in 2050 een volledig circulaire economie te hebben, zonder plasticafval. Voor textiel bestaat ook zo'n agenda, al is de 'Textieltafel' vooralsnog geen permanente constructie.
Wat is de grootste uitdaging voor de transitie naar circulariteit?
Om een hoog gezamenlijk ambitieniveau te formuleren. Ik heb hetzelfde gezien met de plastictafel, die ik ook voorzit. De sector werd gevraagd om het transitieprobleem van de overheid op te lossen. Dan krijg je een gezelschap dat tegen wil en dank iets moet forceren. Dat werkt niet.
We hebben toen het perspectief omgedraaid: Als wij in Europa op nummer één willen komen te staan op het gebied van plastic recycling, wat moet er dan gebeuren? Dat heb ik gekopieerd naar de textieltafel.
Wat moet er gebeuren om in circulair textiel de nummer één te worden?
We moeten de branche herstellen. We moeten veel meer nadenken over de afzetmarkt, en hoe we fijnsoorteren. Maar het belangrijkst is dat alle neuzen dezelfde kant op gaan kijken, zeker voor als die partijen met de overheid doorgaan.
Hoe ga je om met partijen met tegenstrijdige belangen?
Dat is een uitdaging. Er zitten NGO's bij, het bedrijfsleven en brancheorganisaties. We voerden overigens meer dialogen dan discussies. Bij dialoog luister je naar elkaar. Dat heeft tot dit resultaat geleid.
'Polderen' zit in het Nederlandse DNA, je moet dat bij elke tafel adresseren. Daarvoor zijn twee dingen nodig: empathisch vermogen – je moet kruipen in de huid van de ander – en je moet het maatschappelijk belang primair zetten naast het individuele belang.
Dat kan natuurlijk nooit betekenen dat je als bedrijf failliet gaat, maar je moet wel over je eigen schaduw heen kunnen stappen als het algemene belang groter is.
Vertraagt dat polderen het proces niet onnodig?
Jawel, maar je krijgt wel consensus en draagvlak, twee dingen die je hard nodig hebt. Praten, en nog eens doorpraten onder een kop koffie is soms nodig, en is prima.
In het voorstel staat een permanente textieltafel, hoe zou die eruit zien?
Een ketentafel wil zeggen dat je rond textiel de hele keten samenbrengt. Je bespreekt met een afvaardiging: wat bindt ons, wat verblindt ons, hoe zien we het beleid waar we voor staan?
Soms schenk je extra aandacht aan een onderwerpen apart – bijvoorbeeld fijnsorteren, inzamelen, financiering. Dan krijg je een deeltafeltje, van tijdelijke aard. Daardoor organiseer je dynamiek in de ketentafel voor textiel.
Zijn de andere maatregelen uit het textieltafelrapport haalbaar?
Op dit moment heeft de overheid eigenlijk helemaal geen geld voor de circulaire economie. Dat is een groot probleem. We hebben ongeveer anderhalf miljard nodig. De begroting ging dit jaar juist omlaag, van 85 naar 56 miljoen (voor alle circulaire economieprojecten binnen het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, red.) Dus al zegt klimaatminister Stientje van Veldhoven straks: laten we dit ambitieniveau nastreven, dat gaat extra geld kosten. Dat moet ergens vandaan komen.
Hoe zou je het aanpakken voor de textielsector?
Ik heb al een voorstel gedaan om de hele financiële trein daarbij in beeld te brengen. Je kunt eerst kijken naar vermogensfondsen rond textiel en duurzaamheid, zoals dat van de familie Brenninkmeijer (Laudes Foundation, red.). Daarna komen impact investors, voor start-ups en scale-ups. Voor grotere projecten Stichting Doen, en voor hele grote tickets InvestNL.
Wat is het complete advies aan het kabinet voor textiel?
Zorg dat je een permanente textieltafel inricht, net als bijvoorbeeld voor plastic, want het is een grote branche in Nederland waar veel geld in omgaat. Zorg dat je die hele keten in beeld brengt. En dat je daar met vertegenwoordigers van al die sectoren het gesprek mee aangaat om te kijken: kunnen we elkaar helpen en kunnen we informatie uitwisselen, zodat de transitie effectiever wordt.
Ik denk dat het nu heel snel zal gaan, omdat ik zeker weet dat er partijen zijn die Tweede Kamerleden weten te motiveren om vragen te stellen aan het kabinet.
Je legt je speciale functie neer
Mijn opdracht was om het dossier circulaire economie structureel in het nieuwe kabinet te verankeren. Inmiddels is het verhuisd naar het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, belegd op ministerieel niveau. Het enige wat niet is gelukt: daar een behoorlijk budget bij krijgen.
Van Eijck krijgt geen opvolger. Na de zomer wordt in plaats van de speciaal vertegenwoordiger een onafhankelijk functionerend Beraad van de Circulaire Economie ingesteld, dat eveneens gevraagd en ongevraagd het kabinet kan adviseren, met deelnemers uit het bedrijfsleven en maatschappelijk middenveld.